Texts

Tekst van Mirjam Geelink bij expositie in Rijnstate Ziekenhuis, Arnhem, 2004

De schilderijen van Bert van Ommen zijn geïnspireerd op zijn omgeving, de stad en haar grensgebieden. Het is de bebouwde omgeving die hem interesseert als onderwerp voor zijn schilderijen. Echter het gebouw, de weg, het bushokje, de parkeerplaats zijn slechts aanleiding voor Van Ommen om te schilderen en geen doel op zich. Van Ommen ordent en vereenvoudigt de werkelijkheid op het doek en brengt het terug tot een heldere vlakverdeling die je als toeschouwer weer kunt begrijpen. Het vreemde is dat je de geschilderde plekken toch duidelijk blijft herkennen.

Van Ommen neemt het doek echt onder handen; hij schildert soms dun, dan heel pasteus en plakt ook fotografische afbeeldingen op het doek die hij weer overschildert en zo integreert in het totaalbeeld. In de vlakverdeling creëert hij hierdoor voor zichzelf de mogelijkheid om detailleringen aan te brengen. Zo ontstaan er schilderijen die een eenvoudige ingang hebben vanwege de herkenbaarheid en de heldere opbouw en vervolgens een rijk assortiment opleveren doordat je oog dwaalt over het doek van licht naar donker over wisselende texturen en speelse details.

 

Recensie van expositie in Rijnstate Ziekenhuis, Arnhem, 2004; Inge Pollet in De Gelderlander

De gelaagde poëzie van de invallende duisternis op verlaten plaatsen

De Arnhemse kunstenaar Bert van Ommen schildert al vele jaren stug door. In zijn voormalige atelier aan het Velperplein, inmiddels afgebroken, kon je in de etalage de laatste stand van zaken bekijken. In al die jaren is er wel het een en ander veranderd, maar in grote lijnen is zijn werk hetzelfde gebleven: heldere, vaak architectonische vormen, die door een nadrukkelijk detail een eenvoudige poëzie oproepen.
In Ziekenhuis Rijnstate exposeert Van Ommen een serie schilderijen. Het zijn veelal straatbeelden. Beelden die je dagelijks ziet maar eigenlijk niet tot je door laat dringen. De krans licht om de lantaarnpaal neem je zo langzamerhand voor kennisgeving aan. Van Ommen weet daar op onnavolgbare wijze de aandacht op te vestigen, door met veel geduld ieder laagje licht te vangen.
Een terugkerend mannengezicht op een reclameposter in de bushaltes, ergens anders een bikinitop. Deze elementen krijgen in de avonden die de schilder verbeeldt een eigen recht van spreken. Ze zijn niet langer betekenisloos. Ook de wolkenlucht die in laagjes langzaam grijs wordt, de flat die gereduceerd is tot blokkendoos, zij zijn allemaal zelfstandige onderdelen geworden. Zo worden zij gerangschikt, krijgen zij hun vaste plaats op het doek.
Een erg mooi schilderij is dat van een verlaten weg bij duisternis, waar twee stoplichten op rood staan. In de donkere lucht lichten nog net twee roze wolkjes op, als een weerschijn van wat zich beneden afspeelt. Het is de poëzie van de avond, van de verlaten plaatsen waar wij geen idee van hebben als we binnenshuis zijn.
In het donker kun je fijn langs huizen fietsen en naar binnen kijken, waar de verlichting geheimen prijsgeeft van het huishouden dat daar leeft. In een schilderij van een appartementengebouw doen wij hetzelfde: Van Ommen gunt ons een blik in huiskamers vol kleur en licht en verschillende atmosferen. De buitenkant van het gebouw blijft uiteraard even strak als de rest van de gebouwen op zijn schilderijen.

 

Interview met Roos van Put, Haagse Courant, januari 2005

De verlaten nachten in Ypenburg

Tijdens zijn kennismaking met Ypenburg was het een heldere dag en het licht maakte dan ook een geweldige indruk op Bert van Ommen (39). Een verblijf in deze wijk betekende voor de kunstenaar die in Arnhem woont een zekere cultuuromslag. “Natuurlijk was alles nieuw, maar ik probeer ook altijd in Arnhem rond te lopen alsof ik er voor het eerst ben”, aldus Bert van Ommen. “Je kunt het vergelijken met een vakantiegevoel, alle indrukken probeer je op te slaan”. Hij doelt hierbij op een zekere onbevangenheid, op een vrije, onbelaste manier van kijken, van ervaren en waarnemen. Gedurende twee weekenden is nu in 7×11, te Ypenburg het werk te zien dat hij maakte, geïnspireerd door de wijk zelf. De kunstwerken zijn ook bestemd voor de kunstuitleen. Wie er echter meteen voor valt, kan het ook direct kopen.
De kunstenaar heeft op uitnodiging van Artoteek Den Haag het project gedaan, dit betekende dat Bert van Ommen enkele maanden in 7×11 mocht verblijven en werken. En dat heeft hij vol overgave gedaan, getuige alleen al het schetsboek dat hij tijdens het gesprek toont. “De tekeningen die daarin staan, zijn snelle schetsen, ze dienen als uitgangspunt voor de latere werken. Voor de collages.” Dit is het soort werk waaraan een zekere systematiek ten grondslag ligt, laag voor laag snijdt de kunstenaar uit, daarna begint het plakken. “Het is een techniek waar ik jaren over heb gedaan om deze te perfectioneren. Ik begin meestal met de lucht, dat is het beginpunt. De gebouwen zie ik er al in staan.”

De onderwerpen in de kunst van Bert van Ommen zijn vergelijkbaar met die van Edward Hopper, de Amerikaanse schilder, aquarellist en etser, die bekend werd door zijn verlaten stadstaferelen, waar eenzame figuren in voorkwamen. Het was altijd melancholie troef in deze kunst. En eigenlijk is dezelfde sfeer in de kunst van Bert van Ommen aanwezig. Ook hij richt zich op een verlaten straat, slechts verlicht door lantaarnpalen die in de regen staan, waardoor het licht een enigszins waterige uitstraling krijgt.
“In mijn academietijd maakte ik regelmatig landschappen. Ik was niet zozeer geboeid door het weergeven van wat ik zag, maar door de structuren die zich in de natuur openbaren.” Grappig genoeg is hij via de structuur van lantaarnpalen in het stedelijke landschap terechtgekomen.  Hij verwonderde zich over het veranderende gezicht van een stad, waar van alles wordt afgebroken en gebouwd. “Ik woon in Arnhem, een gebombardeerde stad, maar wat ze daar vandaag de dag doen kun je net zo goed bombarderen noemen. Er wordt niet echt gekeken naar wat men wil bewaren.”
Tijdens zijn verblijf in Ypenburg maakte hij regelmatig gebruik van de nacht; rondzwervend met zijn schetsboek onder zijn arm bleek hij als het ware in een Hopper schilderij te wandelen, met zichzelf in de hoofdrol.
“In de nacht kom je hier dus echt helemaal niemand tegen. De straten zijn verlaten en heel af en toe zie je iemand in de verte met een hond, maar dat is echt sporadisch. Wat mij boeit aan zo’n gebied is het vangen van de alledaagsheid en die op een bijzondere manier, door gebruik te maken van het spel van licht en schaduw, te vangen. In de nachtelijke uren kun je zonder afleiding een omgeving heel mooi waarnemen.”

 

Tekst van Clarien van Harten over de film ‘Quiet City’, 2007

http://www.kunstencultuurkaart.nl/arnhem/columns/clarien-van-harten/133-de-verstilde-stad-van-bert-van-ommen.html